De competenties van
professioneel gedrag
De wetenschappelijke basis achter de competenties<br>die Voice Your Future meet.
De 29 competenties van Nieuwenhuis
Het competentiemodel van Nieuwenhuis vormt al jarenlang een waardevolle basis voor het begrijpen van menselijk gedrag binnen organisaties. Het oorspronkelijke model van Nieuwenhuis beschrijft 29 gedragscompetenties. Deze gedragscompetenties zijn onderverdeeld in vijf samenhangende competentiegebieden: bestuurlijk-organisatorisch, sociaal-communicatief, intellectueel, emotioneel en taakgericht. Binnen Voice Your Future is dit model uitgebreid met twee aanvullende competenties: coachen en leervermogen. Daarmee sluit het model nog beter aan op de vaardigheden die in moderne organisaties bepalend zijn voor duurzame ontwikkeling.
Binnen Voice Your Future vormt dit model een belangrijk onderdeel van de persoonlijke stemanalyse. De afzonderlijke competenties worden niet geïsoleerd bekeken, maar altijd in samenhang met elkaar.
Dat maakt de competenties waardevol voor zelfinzicht, coaching, leiderschapsontwikkeling, teamvorming, recruitment, talentontwikkeling en duurzame inzetbaarheid.
Klik hieronder op een competentie en ontdek de wetenschappelijke achtergrond, praktijkvoorbeelden, actuele inzichten uit onderzoek en de relatie met de stemanalyse van Voice Your Future.
Bestuurlijk Organisatorische Competenties
1. Leidinggeven
Richting geven, mensen meenemen en verantwoordelijkheid verdelen op operationeel, tactisch of strategisch niveau.
2. Ondernemen
Kansen zien, initiatief nemen en mogelijkheden vertalen naar waarde voor mens, team of organisatie.
3. Plannen en organiseren
Structuur aanbrengen, prioriteiten stellen en zorgen dat werkzaamheden effectief worden uitgevoerd.
4. Resultaatgerichtheid
Doelen stellen, focus houden en gericht werken aan concrete resultaten en zichtbare impact.
5. Visie
Vooruitkijken, richting bepalen en ontwikkelingen vertalen naar keuzes voor de langere termijn.
Sociaal Communicatieve Competenties
6. Betrokkenheid
Verbinding voelen met mensen, werk of organisatie en actief bijdragen aan gezamenlijke doelen.
7. Communicatieve vaardigheden
Duidelijk, open en effectief communiceren, luisteren en afstemmen op de ander.
8. Klantgericht
Behoeften herkennen, waarde leveren en handelen vanuit het perspectief van de klant.
9. Netwerken
Relaties opbouwen, onderhouden en inzetten om wederzijdse waarde te creëren.
10. Organisatiebewustzijn
Begrijpen hoe belangen, verhoudingen en besluitvorming binnen een organisatie werken.
11. Overtuigingskracht
Anderen meenemen in ideeën, keuzes of plannen en draagvlak creëren.
12. Samenwerken
Effectief bijdragen aan gezamenlijke doelen, informatie delen en afstemmen met anderen.
Intellectuele Competenties
13. Analytisch vermogen
Informatie onderzoeken, verbanden herkennen en complexe vraagstukken terugbrengen tot heldere inzichten.
14. Creativiteit
Nieuwe ideeën ontwikkelen, anders denken en bestaande kennis op een vernieuwende manier combineren.
15. Omgevingsbewustzijn
Ontwikkelingen in de omgeving herkennen en vertalen naar kansen, risico’s en passende keuzes.
16. Oordeelsvorming
Informatie afwegen, belangen en risico’s beoordelen en tot een onderbouwde conclusie komen.
17. Vakmanschap
Kennis, ervaring en kwaliteit inzetten om professioneel, zorgvuldig en deskundig te handelen.
Emotionele Competenties
18. Inlevingsvermogen
Gevoelens, behoeften en perspectieven van anderen aanvoelen en daar passend op reageren.
19. Integriteit
Handelen vanuit waarden, eerlijkheid en betrouwbaarheid, ook wanneer dat moeilijk is.
20. Moed
Zich uitspreken, verantwoordelijkheid nemen en handelen ondanks spanning, weerstand of onzekerheid.
21. Stressbestendigheid
Kalm, effectief en veerkrachtig blijven functioneren wanneer druk, tegenslag of onzekerheid toeneemt.
22. Zelfvertrouwen
Vertrouwen op eigen kunnen, standpunten durven innemen en stevig blijven in verschillende situaties.
Taakgerichte Competenties
23. Besluitvaardigheid
Beslissingen nemen op het juiste moment en verantwoordelijkheid dragen voor de gemaakte keuzes.
24. Doorzettingsvermogen
Volhouden bij tegenslag, obstakels overwinnen en gericht blijven werken aan het einddoel.
25. Flexibiliteit
Zich aanpassen aan veranderende omstandigheden en effectief omgaan met nieuwe situaties.
26. Initiatief
Zelf kansen signaleren, in actie komen en verantwoordelijkheid nemen zonder af te wachten.
27. Leervermogen
Nieuwe kennis en ervaringen snel opnemen en toepassen om jezelf continu te ontwikkelen.
28. Nauwkeurigheid
Zorgvuldig werken, oog hebben voor detail en fouten voorkomen door gestructureerd te handelen.
29. Zelfstandigheid
Eigen verantwoordelijkheid nemen, zelfstandig werken en beslissingen durven maken binnen de eigen rol.
Competentieontwikkeling
30. Coachen
Anderen begeleiden in hun ontwikkeling door inzicht te vergroten, reflectie te stimuleren en groei mogelijk te maken.
31. Leervermogen
Openstaan voor nieuwe inzichten, feedback benutten en ervaringen omzetten in blijvende ontwikkeling.